Groei & strategie
Waarom je LTV/CAC-verhouding je op het verkeerde been zet
De verhouding tussen klantwaarde en acquisitiekosten staat op elk SaaS-dashboard, en op het geheel ziet die er meestal prima uit. Precies daarom is het een gevaarlijk getal: het gemiddelde verbergt welk deel van je groei geld kost.

Belangrijkste inzichten
- LTV/CAC op totaalniveau is een uitkomst, geen stuurgetal. Je kunt er geen besluit aan ophangen.
- Splits je de verhouding per segment, dan blijkt bijna altijd dat een deel van de instroom onder de streep verlies is.
- Terugverdientijd zegt vaak meer dan de verhouding zelf, want die bepaalt hoeveel groei je kunt financieren.
- Een LTV die op een aanname over levensduur rust, is een voorspelling en geen meting. Behandel hem ook zo.
Het probleem met één getal voor alles
De redenering achter LTV/CAC is eenvoudig: als een klant meer oplevert dan hij kost om binnen te halen, is groei verstandig. Dat klopt, en daarom staat de verhouding overal.
Het probleem is dat de meeste bedrijven hem berekenen over de hele klantenbasis. Dan tel je de klanten die al jaren blijven en vanzelf uitbreiden op bij de klanten die na acht maanden vertrekken, en je deelt door een acquisitiebedrag dat over alle kanalen is uitgesmeerd.
Wat je overhoudt is een getal dat waar is en nutteloos. Het vertelt je niet welk kanaal je moet opvoeren, welk segment je moet laten lopen of welke prijs te laag staat. Het bevestigt alleen dat het gemiddeld gesproken uit kan.
Wat er zichtbaar wordt als je uitsplitst
Splits dezelfde berekening op vier manieren en er ontstaat een heel ander gesprek.
Per segment
Naar omvang, sector of gebruikssituatie. Meestal blijkt één groep de verhouding voor de rest omhoog te trekken, terwijl een andere groep er structureel onder zit. Dat is direct een besluit: waar zet je je verkoopcapaciteit op.
Per kanaal
Een kanaal met lage kosten per klant kan alsnog het slechtste kanaal zijn, omdat het klanten aanlevert die sneller vertrekken. De kosten zijn zichtbaar en direct, de kwaliteit blijkt pas een jaar later.
Per cohort
Klanten die dit kwartaal binnenkwamen gedragen zich anders dan die van twee jaar geleden, want je product en je verkoopgesprek zijn veranderd. Zonder cohorten kijk je naar een gemiddelde van twee verschillende bedrijven.
Naar terugverdientijd
Hoeveel maanden duurt het voordat een klant zijn eigen acquisitie heeft terugbetaald? Dat getal bepaalt hoe hard je kunt groeien zonder dat je werkkapitaal knelt. Twee bedrijven met dezelfde verhouding kunnen hier volstrekt verschillend uitkomen.
En dan is er nog de L van LTV
Klantwaarde over de levensduur veronderstelt dat je die levensduur kent. In de praktijk wordt hij afgeleid uit het huidige verlooppercentage, en dat cijfer is zelf een momentopname.
Draai je het om, dan zie je de kwetsbaarheid: als het verloop stijgt, daalt de LTV, en daalt de verhouding waarop je je acquisitiebudget hebt gebaseerd. Het getal dat je gebruikte om harder te gaan groeien, verslechtert juist door dat harder groeien. Dat mechanisme beschreef ik eerder in waarom opschalen je slechtste klanten aantrekt.
Daarom is de vraag aan de directietafel niet of de verhouding klopt, maar hoe gevoelig ze is. Als een paar procentpunt extra verloop je businesscase omkeert, stuur je op een aanname en niet op een meting.
Wat je in plaats daarvan doet
Drie stappen die geen nieuw systeem vragen.
Bereken de verhouding per segment, niet op het geheel
Kies twee of drie segmenten die je logisch kunt onderscheiden en reken het opnieuw uit. Ruw mag. Je zoekt geen precisie, je zoekt het verschil tussen de groepen.
Zet terugverdientijd naast de verhouding
Neem beide mee in het besluit. De verhouding zegt of het uit kan, de terugverdientijd zegt of je het kunt betalen. Investeerders kijken naar het tweede vaker dan directies denken.
Toets de gevoeligheid
Reken door wat er gebeurt bij een paar procentpunt meer verloop. Blijft het besluit dan overeind, dan is het robuust. Zo niet, dan weet je dat retentie voor acquisitie gaat.
Zie ook SaaS en tech voor hoe dit samenhangt met product en organisatie, en de schaalbaarheidsscan om te toetsen of de organisatie de volgende fase kan dragen.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede LTV/CAC-verhouding?
Daar bestaat geen algemeen antwoord voor, want het hangt af van je marge, je terugverdientijd en hoe je groei gefinancierd wordt. De vraag die wel te beantwoorden is: welk segment zit er onder, en waarom?
Hoe reken je CAC als marketing en sales voor alles tegelijk werken?
Verdeel naar rato en accepteer dat het ruw is. Een ruwe verdeling die per segment verschilt is bruikbaarder dan een precieze verdeling die alles op één hoop gooit.
Wij hebben te weinig klanten voor cohorten. Werkt dit dan?
Ja, alleen kijk je dan naar patronen in plaats van percentages. Bij enkele tientallen klanten zie je met het blote oog al welke groep sneller vertrekt.
Moeten we stoppen met kanalen die slecht scoren?
Niet meteen. Vaak ligt het aan de kwalificatie in dat kanaal en niet aan het kanaal zelf. Pas de grens aan en meet opnieuw voordat je iets afsluit.
Weet je welk segment onder de streep zit?
Als de verhouding alleen op totaalniveau bestaat, stuur je op een uitkomst in plaats van op een besluit. In een kennismaking kijken we welke uitsplitsing bij jouw situatie het meeste oplevert.
Ricky PetersStrategisch adviseur commerciële groei. Helpt directie en management van gevestigde B2B-organisaties bepalen waar groei werkelijk vastloopt.